Column – Hallo mijnheer de auditor, ik zit hier.

Sinds de 5e editie van jaargang 26 (kortom; afgelopen juli) schrijf ik een column in het vakblad “Kwaliteit in Bedrijf”.  Ik wil u die natuurlijk niet onthouden. 

Nummer 5, is dit inmiddels al.

Alle columns krijgen  – hoe toepasselijk – het label “column”.

Hallo mijnheer de auditor, ik zit hier.

Eigenlijk kan ik het bijkans altijd met ze vinden. Maar er zijn uitzonderingen. Zeldzaam, maar niet minder vervelend. Auditoren die het niet hebben begrepen, maar denken dat zij de enige zijn die het wel begrijpen. Ik hoef u waarschijnlijk niets uit te leggen. U kent ze wel. Vast al eens eentje tegen het onzalige lijf gelopen. En dan moet je nog een dag. Of drie. Of vijf.

Zo kan ik me er een herinneren die – ja echt, ze bestaan nog – vrouwen in zijn vak niet duldde.  En die mening stak hij nauwelijks onder stoelen of banken. Ik bestond gewoon niet. En dat is verrekt lastig communiceren. Hij keek mij niet aan, groette iedereen behoudens ondergetekende bij aanvang en maakte er een sport van om zo veel mogelijk fouten te zoeken die louter door mij veroorzaakt konden zijn. En nu moet u weten dat ik vrijwel eindeloos plooibaar ben, niet snel gepikeerd en vooral er alles aan doe om mijn opdrachtgever zo rimpelloos mogelijk door een audit te loodsen, maar dit werd ondoenlijk.

Ik nam hem even apart, zo u begrijpt. En dan blijkt een grote trotse hautaine man ineens een klein jongetje.  Niet gesterkt door auditteamleden of medewerkers van het bedrijf. Ik hoefde eigenlijk alleen maar te kijken en heel rustig te vragen wat nu feitelijk zijn probleem met mij was. Hij kwam niet verder dan mijn ‘vrouw zijn’ en – via een omweg – mijn evident weigerachtige houding om mij  tegenover hem slaafs op te stellen. Wel heb ik hem nog even fijntjes gewezen op het feit dat mijn opdrachtgever ook de zijne is. En dat een iets klantvriendelijkere houding hem wel zou passen. Overigens mis ik dat bij meerdere heerschappen, merk ik (ik zeg nu heerschappen omdat ik bij de dames auditoren die gedragslijn nog nooit heb kunnen bespeuren).

Het is goed gekomen. Uiteindelijk. Maar ik nam me wel op dat moment voor om het ooit eens op te schrijven. Daar is per slot van rekening vast een keer een gelegenheid voor.


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.